Geen segregatie bij opvang peuters

In de NRC van 5 dec. jl. stond op de voorpagina: ‘Eén school voor alle peuters’ . Dit artikel schept een diffuus beeld over doelen en middelen. Het doel zou moeten zijn om peuters die wel of geen achterstand hebben, samen een voorschools programma aan te bieden. Doel is niet het voorkomen van segregatie maar het doel is om een voorschools programma te bieden aan alle peuters die daar volgens vele onderzoeken aantoonbaar baat bij hebben als het gaat om hun ontwikkeling. Zie ook het aangehaalde SER rapport. Daarbij moet een vorm worden gekozen die niet tot segregatie leidt.  Om die reden maakt de SKLM geen onderscheid en krijgen alle peuters het VVE aanbod. Geen segregatie dus! Het is niet goed als kinderen al zo jong een stempel op hun voorhoofd krijgen.

De achtergrond van het NRC artikel is nogal politiek van aard. De grote steden starten een begrijpelijke lobby om de beoogde bezuinigingen op het achterstandenbeleid tegen te gaan. De grote steden moeten bezuinigen volgens de plannen van het ministerie. De onderwijsraad koerst op het samenvoegen van budgetten van verschillende ministeries ten behoeve van het onderwijs. De regie over het voorschoolse aanbod ziet men graag binnen de eigen kring, het primaire onderwijs. Stellingnames die hun oorsprong vinden in financieel/politieke motieven. Het gevaar van deze koers is dat het eigenlijke doel, een optimale ontwikkeling van kinderen, een afgeleide discussie wordt en ‘alle peuters naar school’ als oplossing uit de bus komt waarbij het gevaar van segregatie wordt gebruikt om de lobby kracht bij te zetten.

Op veel plaatsen ontstaan kindcentra waarbij kinderopvang en lagere scholen samen met andere (zorg)partners een aanbod creëren waarbij de ontwikkeling van kinderen centraal staat. Na de wet harmonisatie is het aanbod van peuterspeelzalen vaak al geïntegreerd met de kinderopvang en gemeentes subsidiëren op veel plaatsen zowel reguliere opvang als het zogenaamde VVE aanbod voor geïndiceerde kinderen. Ook de SKLM biedt lokaal maatwerk zonder segregatie waarbij pedagogische medewerkers en leerkrachten samenwerken en regie op basis van kennis en vakmanschap wordt ingevuld.

Deze ontwikkelingen lopen lichtjaren vooruit op politiek/financiële discussies. Als we iets voor kinderen willen bereiken is de plaats, de regie en de vorm van het voorschoolse aanbod ondergeschikt aan het inhoudelijke doel. Dat inhoudelijke doel wordt bereikt door lokale samenwerking tussen kinderopvang en lageren scholen. Daar bestaat geen blauwdruk voor. De lobby naar lokale en centrale overheid moet gaan over het invullen van randvoorwaarden zoals het harmoniseren van de huidige wetgeving. De huidige regelgeving staat innovatie enorm in de weg en dwingt kinderopvang en onderwijs om in hokjes te denken. Een voorbeeld. Een gemeenschappelijk aanbod van kinderopvang en school voor peuters vanaf 3 jaar creëert een geleidelijke overgang naar school die afgestemd is op de verschillende ontwikkelingen van kinderen. Ook de SER pleit voor het ontschotten van voorzieningen. Scholen en kinderopvang hebben de kennis en de middelen om dit vorm te geven maar bij de huidige wetgeving is een dergelijk aanbod onmogelijk. Het ministerie beaamt dit maar er wordt niets aan gedaan omdat een geïntegreerd aanbod ‘een forse en dure stelselwijziging vereist’. Alweer winnen financieel/politieke argumenten het van de inhoudelijke.

Wat rest is op lokaal niveau in overleg met de lokale gemeente de grenzen opzoeken en hopen dat het wettelijke kader en de tegengestelde belangen zich op een gegeven moment aanpassen aan de belangen van kinderen. Daar is lef en doelgericht denken voor nodig. Bij kinderopvang, scholen maar zeker ook bij GGD en gemeente.